Het Openbaar Ministerie heeft negen jaar cel geëist tegen een 45-jarige man uit Barendrecht die volgens justitie betrokken was bij het uitlokken van zwaar geweld binnen het criminele netwerk rond voortvluchtige drugscrimineel Bolle Jos. De zaak draait om bedreigingen en een poging tot zware mishandeling van een voormalige zakenpartner.

Het Openbaar Ministerie heeft voor de rechtbank in Rotterdam een gevangenisstraf van negen jaar geëist tegen een 45-jarige verdachte uit Barendrecht. De man wordt gezien als een belangrijke schakel in een reeks strafzaken rond de voortvluchtige drugscrimineel ‘Bolle Jos’ Leijdekkers. Volgens justitie heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het uitlokken van ernstig geweld tegen een voormalige zakenpartner binnen de internationale cocaïnehandel. Naast de celstraf eist het OM ook een geldboete van 260.000 euro, omdat de verdachte financieel zou hebben geprofiteerd van zijn rol binnen het criminele netwerk.
De zaak draait om een conflict in het criminele milieu, waarbij een voormalige zakenpartner doelwit werd van intimidatie en geweld. Volgens het OM probeerde de verdachte anderen aan te zetten tot zware mishandeling. Daarbij zou hij expliciet hebben gevraagd of het mogelijk was om het slachtoffer ‘goed bang te maken’. Die formulering wordt door justitie gezien als een duidelijke aanwijzing dat er sprake was van doelgerichte dreiging en het uitlokken van geweld. In het drugscircuit, waar grote sommen geld en internationale belangen spelen, worden conflicten vaker met geweld opgelost. Justitie stelt dat de verdachte hierin een actieve en sturende rol heeft gespeeld.
De verdachte wordt door het OM gekoppeld aan het netwerk rond ‘Bolle Jos’, een van de meest gezochte Nederlandse drugscriminelen van dit moment. Binnen dat netwerk zouden grootschalige cocaïne-importen zijn georganiseerd, waarbij gebruik werd gemaakt van internationale smokkelroutes en logistieke structuren. De voormalige zakenpartner die doelwit werd van het geweld, zou eerder betrokken zijn geweest bij deze drugstransporten. Volgens justitie ontstond er een conflict over geld, vertrouwen of samenwerking, waarna de situatie escaleerde. De verdachte zou vervolgens anderen hebben benaderd om druk uit te oefenen op het slachtoffer, met als doel hem te intimideren of uit te schakelen.

Met de strafeis van negen jaar cel wil het Openbaar Ministerie een duidelijk signaal afgeven dat ook het uitlokken van geweld zwaar wordt bestraft. Volgens justitie vormt dit soort aansturing een essentieel onderdeel van georganiseerde criminaliteit. Personen die zelf niet direct geweld plegen, maar wel anderen opdracht geven, spelen volgens het OM een cruciale rol in het in stand houden van criminele netwerken. De geëiste geldboete van 260.000 euro is bedoeld om wederrechtelijk verkregen voordeel af te pakken. De rechtbank in Rotterdam zal zich op een later moment uitspreken over de zaak. Tot die tijd blijft de verdachte vastzitten.
.