Recente rapporten laten zien dat bepaalde delen van het spoor onvoldoende worden bewaakt, waardoor sabotagedaden lang onopgemerkt kunnen blijven. Vooral de kilometerslange kabeltracés en afgelegen wissels zijn risicogebieden. Als een dader hier toeslaat, kan het uren duren voordat iemand het merkt.
Eerdere branden langs spoortrajecten en onverklaarbare technische storingen hebben de vraag opgeroepen of er vaker sprake is van opzet. Hoewel officiële bevestiging ontbreekt, wijzen enkele onderzoeken op “verdachte omstandigheden”. Politie en inlichtingendiensten houden rekening met verschillende scenario’s — van individuele daders tot georganiseerde groepen.
Volgens veiligheidsspecialisten is het risico te groot om te negeren. Zonder snelle versterking van camerasystemen, gronddetectie en fysieke beveiliging blijft het spoor een aantrekkelijk doelwit. Hoewel maatregelen in voorbereiding zijn, is er nog geen duidelijkheid over de timing. Critici vinden dat de politiek het onderwerp onderschat.