De Rechtbank Oost‑Brabant heeft een 50-jarige man uit Den Haag veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en een vijfjarige beroepsverbod voor een gecombineerd delict van faillissementsfraude, belastingontduiking, omkoping en valsheid in geschrift.

De veroordeelde bleek zijn faillissement te hebben misbruikt: tijdens het faillissement verdiende hij meer dan een miljoen euro via cryptohandel, luxe autoverhuur en personeel-detachering, terwijl hij dit niet meldde aan de curator. Tegelijk deed hij in de jaren 2016-2018 geen aangifte inkomstenbelasting. Deze gedragingen vielen in samenhang met een boedeltekort van ruim 78 miljoen euro.

De rechtbank stelde vast dat de verdachte het initiatief nam en anderen betrokken had. Gezien de aard en omvang van de fraude werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf nodig geacht, al kreeg hij strafkorting vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het beroepsverbod is bedoeld om herhaling te voorkomen.