Een recente Europese operatie heeft aangetoond dat honderdduizenden werkenden in de landbouwsector mogelijk te maken hebben met ernstige vormen van arbeidsuitbuiting — waaronder te lange werktijden, onvoldoende loon en afhankelijkheid van de werkgever.

In de afgelopen maanden hebben inspectiediensten in meerdere EU-landen zich gericht op de landbouw- en tuinbouwsector, waar kwetsbare werknemers vaak buiten het zicht worden ingezet. Veelal gaat het om arbeidsmigranten die via verschillende tussenpersonen zijn gerekruteerd en soms hun paspoort of loonadministratie niet zelf in handen hebben. Deze combinatie van factoren maakt dat de kans op uitbuiting aanzienlijk is. Volgens experts behoort deze sector tot de risicogebieden voor arbeidsuitbuiting binnen Europa.

De druk vanuit markten — lagere kosten, snelle oogstmomenten, seizoenswerk als flexibele oplossing — maakt dat werkgevers steeds vaker gebruik maken van flexibele inhuur en informele werkrelaties. Hierdoor ontstaat een situatie waarin werkenden werk verrichten onder omstandigheden die ver af staan van wat men als ‘decent work’ beschouwt: afwijkende contracten, weinig pauzes, hoge productiedruk en onvoldoende bescherming. Dit wordt versterkt door gebrekkige inspecties of angst onder werknemers om misstanden te melden.