De Europese vrachtwagenindustrie is opnieuw onderwerp van een groot schandaal. Grote fabrikanten zoals Daimler, Volvo en Volkswagen (MAN & Scania) worden in München aangeklaagd voor grootschalige kartelpraktijken tussen 1997 en 2011. Ze zouden jarenlang illegaal prijzen hebben afgestemd en samen de invoering van dure technologieën hebben gepland, waardoor klanten miljarden te veel betaalden. Het lopende proces kan uitmonden in een recordbedrag aan schadeclaims: tot wel €3,7 miljard bovenop eerdere boetes.

De beschuldigingen zijn ernstig: de vrachtwagenfabrikanten zouden hun prijzen coördineren, strategieën voor emissietechnologie afstemmen en kosten systematisch doorsluizen naar klanten. Europese toezichthouders legden al in 2016 boetes op, maar transportbedrijven eisen nu compensatie voor tientallen jaren illegale samenwerking. Het gaat om een gecoördineerde operatie van meerdere giganten: Daimler, Volvo, MAN en Scania. Door hun gezamenlijke afspraken konden ze de markt manipuleren, concurrerende prijzen voorkomen en de invoering van emissietechnologieën zodanig plannen dat klanten geen alternatief hadden. Deze manipulatie tastte de vrije markt aan en veroorzaakte enorme financiële schade voor bedrijven door heel Europa.

De mogelijke financiële impact is enorm. Fabrikanten hebben al grote provisies gereserveerd, maar als de rechtbank de eisers gelijk geeft, kan dit de sector structureel beïnvloeden. Andere kopers zullen waarschijnlijk volgen en soortgelijke claims indienen. Voor de vrachtwagenbouwers kan dit miljoenen aan extra boetes en compensaties betekenen, bovenop eerdere sancties van de Europese Commissie. Voor bedrijven in de transportsector betekent dit ook dat historische facturen en contracten opnieuw bekeken moeten worden. Het is een wake-upcall: juridische risico’s uit het verleden kunnen vandaag nog steeds enorme gevolgen hebben. Het proces laat zien dat kartelgedrag niet zomaar verjaart en dat misbruik van marktmacht zwaar wordt bestraft.