De veroordeelde bleek zijn faillissement te hebben misbruikt: tijdens het faillissement verdiende hij meer dan een miljoen euro via cryptohandel, luxe autoverhuur en personeel-detachering, terwijl hij dit niet meldde aan de curator. Tegelijk deed hij in de jaren 2016-2018 geen aangifte inkomstenbelasting. Deze gedragingen vielen in samenhang met een boedeltekort van ruim 78 miljoen euro.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte het initiatief nam en anderen betrokken had. Gezien de aard en omvang van de fraude werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf nodig geacht, al kreeg hij strafkorting vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het beroepsverbod is bedoeld om herhaling te voorkomen.
De zaak benadrukt dat belastingontduiking vaak samengaat met andere economische delicten zoals faillissementsfraude en omkoping. De veroordeling dient ook als signaal: wie het faillissements- en belastingstelsel misbruikt, riskeert zware straffen. Voor bedrijven betekent dit dat transparantie en correcte aangifte essentieel zijn.