Stalking omvat herhaald gedrag dat gericht is op het intimideren, volgen of lastigvallen van een slachtoffer. Dit kan zich uiten in fysieke aanwezigheid, telefonische benadering, online contact of het verspreiden van berichten. Het gedrag is vaak obsessief van aard en kan leiden tot angst en stress bij het slachtoffer. In veel gevallen is er sprake van een persoonlijke relatie of eerdere relatie tussen dader en slachtoffer, maar stalking kan ook willekeurig ontstaan.
Hoewel stalking als term relatief modern is, bestaat het gedrag zelf al langer. In het verleden werd dergelijk gedrag vaak niet als afzonderlijk probleem herkend, maar eerder gezien als onderdeel van andere vormen van overlast of intimidatie. Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw begon men stalking als een apart fenomeen te beschouwen, mede door toenemende aandacht vanuit de psychologie en criminologie. Dit leidde tot meer bewustwording van de impact op slachtoffers.
Vanaf de jaren 80 en 90 kreeg stalking meer aandacht in wetgeving, vooral in westerse landen. Incidenten waarbij publieke figuren werden lastiggevallen droegen bij aan de erkenning van stalking als serieus probleem. Hierdoor werden in verschillende landen specifieke wetten ingevoerd om stalking strafbaar te stellen. In Nederland werd stalking opgenomen in het Wetboek van Strafrecht onder belaging, waarmee het juridisch beter kon worden aangepakt.
Stalking kent verschillende vormen, waaronder ex-partner stalking, stranger stalking en cyberstalking. Ex-partner stalking komt het meest voor en ontstaat vaak na het beëindigen van een relatie. Stranger stalking betreft situaties waarbij de dader het slachtoffer niet kent. Met de opkomst van internet is cyberstalking steeds belangrijker geworden, waarbij sociale media, e-mail en andere digitale middelen worden gebruikt om iemand te volgen of lastig te vallen.
Technologische ontwikkelingen hebben stalking ingrijpend veranderd. Waar stalking vroeger voornamelijk fysiek en direct was, maken daders tegenwoordig gebruik van digitale middelen. Sociale media, GPS-tracking en spyware kunnen worden ingezet om slachtoffers te volgen. Dit maakt stalking minder zichtbaar, maar vaak wel intensiever en moeilijker te detecteren. Tegelijkertijd biedt technologie ook mogelijkheden voor opsporing en bewijsvoering.
Stalking heeft een grote impact op slachtoffers. Het kan leiden tot angstgevoelens, stress, slaapproblemen en in ernstige gevallen tot psychische klachten. Slachtoffers kunnen zich beperkt voelen in hun vrijheid en dagelijks leven. Daarnaast heeft stalking ook maatschappelijke gevolgen, omdat het vertrouwen en gevoel van veiligheid wordt aangetast. In sommige gevallen kan stalking escaleren naar ernstigere vormen van geweld.
De aanpak van stalking richt zich op zowel preventie als interventie. Slachtoffers worden aangemoedigd om melding te doen en bewijs te verzamelen. Politie en justitie kunnen maatregelen nemen zoals contactverboden en strafrechtelijke vervolging. Daarnaast speelt bewustwording een belangrijke rol, zowel bij het publiek als bij professionals. Door signalen vroegtijdig te herkennen kan stalking sneller worden gestopt en verdere escalatie worden voorkomen.