In juni 2018 vond in de nachtelijke uren een schietpartij plaats op een woonwagenkamp in Oss. Hulpdiensten troffen op een grasveld een zwaargewonde man aan. Het slachtoffer, de 30-jarige Peter Netten, bleek meerdere schotwonden te hebben en overleed korte tijd later aan zijn verwondingen. Volgens het onderzoek was aan de schietpartij een ruzie voorafgegaan die was ontstaan na een feest op het kamp.
In de eerste fase van het onderzoek richtte de aandacht zich op twee verdachten: Antoon R. en Kaan D. Kort na het incident meldde Kaan D. zich bij de politie. Hij verklaarde dat hij had geschoten, maar weigerde verdere toelichting te geven. Later kwamen er signalen binnen dat mogelijk niet hij, maar Antoon R. degene was die het fatale schot had gelost. De zaak kreeg daardoor een complexe wending, waarbij meerdere scenario’s werden onderzocht.
In 2024 sprak de rechtbank Antoon R. en Kaan D. vrij van betrokkenheid bij de doodslag. Volgens de rechtbank kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld wie van de twee de daadwerkelijke schutter was. Camerabeelden en verklaringen boden ruimte voor twijfel, waardoor een veroordeling uitbleef.
Het Openbaar Ministerie ging echter in hoger beroep. Het gerechtshof kwam tot een andere conclusie. Doorslaggevend waren onder meer afgeluisterde gesprekken uit een breder lopend politieonderzoek. In dat onderzoek werden gesprekken opgenomen waarin volgens het hof werd gesproken over de schietpartij en de rolverdeling tussen betrokkenen.
Volgens het hof wijzen de inhoud, timing en context van deze gesprekken erop dat Antoon R. degene was die Peter Netten heeft doodgeschoten. De rechters oordeelden dat de combinatie van feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien onvoldoende ruimte laat voor een ander scenario.
Het hof achtte vooral de getapte telefoongesprekken doorslaggevend. In die gesprekken zou zijn gesproken over het “overnemen van schuld” en het beschermen van een familielid. Daarbij werd verwezen naar een straf die iemand “liever zelf zou nemen dan een ander binnen de familie”. Volgens het Openbaar Ministerie wijst dit op een bewuste strategie om de werkelijke schutter buiten beeld te houden.
Antoon R., zoon van de eerder veroordeelde Martien R., hoorde de uitspraak vanuit detentie. Hij zit reeds vast voor andere strafbare feiten, waaronder wapen- en drugshandel. Het hof veroordeelde hem nu tot negen jaar gevangenisstraf voor doodslag.
In de zaak tegen Kaan D. werd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, omdat er geen verdere bezwaren waren tegen de eerdere beslissing van de rechtbank. Daarmee is de veroordeling van Antoon R. definitief, tenzij de verdediging besluit cassatie in te stellen bij de Hoge Raad.