De verdachte werkte bij de schuldhulpverlening van de gemeente in Almere en had via de gemeentelijke systemen toegang tot residentie-, voertuig- en adresgegevens. Volgens het Openbaar Ministerie verkocht hij die informatie aan twee vermeende tussenpersonen, die op hun beurt agenten van ondermijnende groepen waren. Door deze lekkende gegevens konden ondermijnende netwerken aanvallen voorbereiden en uitvoeren.
Onderzoek naar de rol van de verdachte kreeg extra urgentie nadat bleek dat hij via de geleverde data betrokken zou zijn geweest bij minstens 36 explosies, 14 bedreigingen of beschoten brieven, acht schietincidenten, twee pogingen tot moord en één ontvoering.
Dat een gemeentelijke ambtenaar op deze wijze kan handelen, roept ernstige vragen op over integriteit binnen het lokale bestuur. De gemeente zelf gaf aan geschokt te zijn en onderzocht of er sprake is van structureel falen in toezicht of beveiliging van gevoelige data. Voor bewoners betekent dit niet alleen een inbreuk op persoonlijke veiligheid, maar ook mogelijk nieuw vertrouwen in het bestuur wordt ondermijnd.
De zaak laat zien hoe een ogenschijnlijk “interne” datalek kan uitmonden in grootschalige maatschappelijke onrust. Het OM gaf aan dat het onderzoek nog loopt en dat de verdachte voorlopig is aangehouden. De gemeente Amsterdam kondigde aan de systemen voor toegang tot persoonsgegevens grondiger te gaan beveiligen, en samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken te praten over maatregelen om herhaling te voorkomen.