Schutter Minh Nghia V. krijgt 26 jaar en 8 maanden cel voor de schietpartij bij een winkelcentrum in Zwijndrecht. Het hof ziet geen bewijs voor moord op beide slachtoffers en wijkt af van de eis van levenslang.

Het gerechtshof in Den Haag heeft de 53-jarige Minh Nghia V. veroordeeld tot een gevangenisstraf van 26 jaar en 8 maanden voor een schietpartij bij een winkelcentrum in Zwijndrecht. De man schoot in januari 2023 zijn ex-partner neer en doodde haar moeder, wat leidde tot grote maatschappelijke onrust. Hoewel het Openbaar Ministerie in hoger beroep een levenslange gevangenisstraf eiste, oordeelde het hof anders. Volgens de rechters is er sprake van poging tot moord op de ex-partner en doodslag op de moeder. Daarmee blijft de straf lager dan de eis, maar wordt wel de maximale tijdelijke gevangenisstraf opgelegd. De zaak geldt als een van de meest schokkende geweldsincidenten in Zuid-Holland van de afgelopen jaren.
De schietpartij vond plaats op 21 januari 2023 bij winkelcentrum Walburg in Zwijndrecht. De verdachte stapte op klaarlichte dag uit zijn auto en liep doelgericht af op zijn ex-partner. Zonder aarzeling opende hij het vuur en schoot haar tweemaal in de rug. Toen haar moeder probeerde in te grijpen, werd ook zij neergeschoten. De moeder overleefde de aanval niet. Een omstander die te hulp wilde schieten, werd door de verdachte bedreigd toen hij in de lucht schoot. Na de schietpartij sloeg de man op de vlucht, waarna hij pas weken later werd aangehouden. De ex-partner overleefde het incident, maar raakte blijvend verlamd en kampt met ernstige psychische gevolgen. Uit onderzoek bleek dat de verdachte haar al langere tijd stalkte en bedreigde na het beëindigen van hun relatie.
Tijdens het hoger beroep draaide de zaak om de vraag of er sprake was van moord of doodslag. Het Openbaar Ministerie stelde dat beide slachtoffers doelbewust waren uitgekozen en eiste daarom levenslang. Het hof concludeerde echter dat alleen de moordpoging op de ex-partner vooraf was gepland. Voor de dood van de moeder kon geen voorbedachte rade worden bewezen. Daarom werd de verdachte veroordeeld voor poging tot moord en doodslag. Ook hield het hof rekening met juridische beperkingen rond de maximale strafmaat die gold ten tijde van het delict. Hierdoor kwam de straf uit op 26 jaar en 8 maanden gevangenisstraf. De verdediging voerde nog aan dat de verdachte mogelijk verminderd toerekeningsvatbaar was, maar daar ging het hof niet in mee. De man werkte niet mee aan onderzoek in het Pieter Baan Centrum, waardoor er geen bewijs was voor een verminderde verantwoordelijkheid. De uitspraak maakt duidelijk dat ernstige geweldsmisdrijven zwaar worden bestraft, ook als levenslang juridisch niet haalbaar blijkt.
