In afgelegen gebieden van Colombia wordt brandstof op grote schaal weggeleid uit het legale circuit, om te dienen in de illegale productie van cocaïne — hiermee ontsnappen duizenden liters benzine of ruwe „bootleg”-brandstof aan controle, wat zowel de infrastructuur als het milieu zwaar belast.

In Colombia wordt een aanzienlijke hoeveelheid benzine en soortgelijke brandstoffen niet gebruikt voor transport of landbouw, maar in de illegale productie van cocaïne. Onderzoekers schatten dat duizenden liters brandstof per kilo cocaïne nodig zijn. Bijvoorbeeld: volgens analyses is ongeveer 75 gallon (~285 liter) brandstof vereist om genoeg cocabladeren te verwerken voor 1 kg cocaïne. Die grote vraag doet zich vooral voor in afgelegen regio’s zoals Nariño, Putumayo en Catatumbo, waar veel clandestiene laboratoria zijn gevestigd.

Het gebruik van brandstof in de drugsketen is verbonden met een bredere illegale petroleumketen in Colombia. Gewapende groepen stelen ruwe olie uit pijpleidingen van staatsbedrijf Ecopetrol en raffineren die tot een benzineachtige substantie, lokaal bekend als “pategrillo”. Deze substantie wordt dan direct ingezet in cocaïneproductie. De milieu-impact is groot: chemicaliën en olierestanten worden gedumpt in rivieren en op open terreinen, wat leidt tot ernstige verontreiniging van bodem en water.